In Focus: ‘Made on earth’, Jerney solo

Op Hemelvaartsdag 1983 vond het voorlopig laatste optreden van Earth and Fire plaats in Lemele en gaat de band uit elkaar. En terwijl Chris en Gerard Koerts bezig zijn met het bouwen van hun eigen studio, Ab Tamboer naar Het Goede Doel vertrekt, Ronnie Meyjes bij de groep The Millionaires terechtkomt en Bert Ruiter zich toelegt op het produceren, bereidt Jerney zich alvast voor op haar langverwachte solocarrière. Eind september 1983 werd een platencontract getekend met platenmaatschappij Dureco te Weesp, waar eerder het album ‘In a state of flux’ werd opgenomen, voor het eerste solo-album van Jerney: ‘Made on earth’.

Als producer van het album werd Hans van Hemert aangetrokken, een succesvol producer en componist. ‘Hans stond bovenaan m’n lijstje en hij was meteen enthousiast. De samenwerking is zeer goed verlopen’, aldus Jerney in 1984. De voornaamste reden dat Jerney voor Hans heeft gekozen is dat hij als een van de weinige producers ook zelf zingt. Daarom kan hij goed aanvoelen wat een artiest kan zingen. Hans: ‘Jerney heeft zelf het plan opgevat om een soloproject aan te gaan. Daarbij heeft ze een aantal producers de revue laten passeren. Op een gegeven moment is ze naar haar uitgever Tony Berk toegestapt en heeft ze voorgesteld om mij te benaderen. Hij vond dat ook een goed idee en naar aanleiding daarvan hebben we een eerste gesprek gehad.’

Omdat Jerney best wat onzeker was over haar soloproject, gaf zij de Earth and Fire fanclub de primeur van haar plaat. ‘Je kan fanatieke fans op verschillende manieren bekijken. Ik denk er als volgt over: ze zijn fanatiek, maar ook zeer kritisch’, aldus Jerney. Op 19 februari 1984 kwamen een honderdtal fans in ‘De Koornbeurs’ in Delft bij elkaar om te luisteren naar de première van Jerney’s solo-album ‘Made on earth’. De Engelse fan Chris Gandy kwam zelfs helemaal over om Jerney persoonlijk te ontmoeten. Een kleine maand later verschijnt dan daadwerkelijk de eerste solo-elpee van Jerney.

Imponerende rij sessiemuzikanten

Op deze elpee staan voor het merendeel nummers gecomponeerd door Hans van Hemert, met teksten van Jerney zelf. Alleen het nummer Misery is door Bert Ruiter aangeleverd. Peter Schön nam de toesten en de arrangementen voor zijn rekening, Lex Bolderdijk en Peter Tiehuis speelden gitaar, Ton op ’t Hof op Lynn-drum, Marcel Schimscheimer op bas. Ook kwamen er een flink aantal blazers aan te pas: Fred Leeflang en Jan Vennik op tenorsaxofoon, Erik van Lier, Bart van Lier en Pieter van de Dolder op trombone en Jan Oosthofen op trompet. Tenslotte zorgde Jaap Moelker voor de strings. In het achtergrondkoor zaten Patricia Ruddock (Daniël Sahuleka Band), Julia Loko (Cheyenne), Pim Roos (ex-Rainbow Train), Omar Dupree, Alfred Martens, Lisa Schulte Nordholt en Hans van Hemert.

De singles

De eerste single is het toepasselijke nummer ‘Allright, here I am’, waarvoor een videofilmpje voor Toppop werd gemaakt en waarin Jerney in een aantal verschillende gedaantes te zien is. Op 5 maart 1984 ging de single in première in het programma ‘Hollands Glorie’ van Krijn Torringa. De single behaalt de 22e plaats in de hitparades. De volgende single wordt ‘I will love you endlessly’, maar haallt de tipparade niet eens. Doordat de platenmaatschappij een veilige koers vaart voor wat betreft het uitzoeken van singles krijgt een dijk van een nummer als ‘Misery’ geen kans. Dit nummer had volgens vele fans als tweede single uitgebracht moeten worden. Het mocht slechts op de B-kant prijken. In november 1984 verschijnt de derde solo-single van Jerney: ‘My mystery man’. Het nummer staat niet op de LP ‘Made on earth’, maar ligt wel in het verlengde van het album. Het nummer is geschreven door Jerney en Bert en Barry Hay (Golden Earring) verzorgde voor dit nummer een prachtige videoclip. Ook dit nummer wordt helaas geen hit, ondanks het feit dat het nummer veelvuldig op de radiozenders te horen was. Drie keer raden welk nummer op de B-kant staat…

Muziekband

Om haar singles in het land te promoten treedt Jerney op met een muziekband. In interviews uit 1984, de periode dat ze net solo ging, keek ze er nog enthousiast naar uit. Maar in een interview in de Aloha van juni 2004 kijkt ze met zeer gemengde gevoelens terug op deze optredens. ‘Ik kan nu rustig zeggen dat daar geen reet aan is. In zo’n studio in je eentje valt wel mee, maar met een bandje al die feesten af, dat is vreselijk. Er zijn dan altijd mensen die jou niks vinden en die dan met hun rug naar je toe gaan staan. Dat is met een echte band natuurlijk totaal anders. Je speelt dan in een zaal waar mensen geld uitgeven om jou te zien. Ik dacht heel vaak: wat doe ik hier? Het waren twee lange jaren.’

In de tijd van haar solodebuut wordt Jerney voorzitter van BV Pop, de belangenvereniging van popmuzikanten. Daarmee legt ze de basis voor haar huidige werk als directeur bij Conamus.

In Focus: Earth and Fire Orchestra

Na Earth and Fire gingen Chris en Gerard Koerts zich toeleggen op het componeren voor artiesten als Glenda Peters en Renée. Het duurt tot 1988 voor er nieuw plaatwerk van de broers verschijnt in de vorm van hun eigen Earth and Fire Orchestra samen met Marcel van der Lans.


Eind jaren tachtig kwam het door de Nederlandse artiesten toegedichte wanbeleid van grote platenmaatschappijen en omroepen in bijna elk interview wel ter sprake en werd het ook duidelijk dat er daadwerkelijk iets goed fout zat. De betreffende instanties klaagden van hun kant over het magere aanbod en de geringe originaliteit. Dat zou de oorzaak zijn van een gebrek aan interesse bij het grote publiek en het steeds verder inzakken van de plaatverkoop van het nationale product. Bedroeg het marktaandeel van het Nederlandse repertoir halverwege de tachtiger jaren nog enkele tientallen procenten, voor 1988 rekende men slechts op 8% van het totale aantal verkochte grammafoonplaten en CD’s.

Een mooi voorbeeld van de strijd die artiesten hadden om hun product in de publiciteit te krijgen is het verhaal van de gebroeders Koerts, die als Earth and Fire Orchestra in eigen beheer een symfonisch getinte instrumentale CD opnamen en daarmee bewezen dat het wel degelijk kon. Via een slimme promotiecampagne in Hilversum verkregen ze de nodige airplay en verkochten zo in korte tijd enkele duizenden exemplaren. Halverwege de tachtiger jaren besloten de gebroeders Koerts en studiobaas Marcel van der Lans een maatschappij op te zetten, dat de platenwereld zou verblijden met kant-en-klare producties. Lanko Productions (Marcel van der Lans en de gebroeders Koerts) nam alle risico’s en de platenmaatschappijen hoefden allen maar de exploitatie op zich te nemen. Uiteraard tegen een passende vergoeding. Aanvankelijk leek deze opzet te slagen. Er werden enkele plaatjes van diverse artiesten opgenomen en zowaar op de markt gebracht. Toen die echter stuk voor stuk flopten, gingen de heren toch twijfelen. Omdat ze sterk de indruk kregen dat de platenmaatschappijen nergens meer in durfden geloven gingen ze niet meer commercieel denken maar doen wat ze zelf leuk vonden. Geen concessies meer. Onder de naam Frames werd een CD geproduceerd, die alles bevatte wat een platenmaatschappij doet gruwelen: instrumentaal, zeer lange nummers, veel tempowisselingen Maar omdat er toch twijfels bestonden omtrent de haalbaarheid van een dergelijk eigen beheer productie, kwam het trio met als nadrukkelijke spreekbuis Marcel van der Lans, toch weer met de gevestigde orde in contact. En natuurlijk kreeg hij te horen dat er geen markt voor was en zo bleek dat zelfs als je in het verleden miljoenen platen hebt verkocht dat niets waard is. Toen zelfs een aanbod om de promotie door een geinteresseerde sponsor te laten betalen door de betrokken platenmaatschappijen afgewimpeld werd, was de maat bij de jongens vol.

Lanko Productions bracht zelf de CD Frames van het Earth and Fire Orchestra uit. Van der Lans naar Hilversum in plaats van naar de maatschappijen, naar de DJ’s die bijna alle nummers van de CD op de radio draaiden. De eerste persing van 1000 stuks was binnen drie weken uitverkocht terwijl de CD nog niet eens in de winkel verkrijgbaar was. Er bleek zoveel vraag te zijn dat de CD daarna op grotere schaal gedistribueerd moest worden en kort daarna de 5.000 stuks ook al verkocht was en men op naar de 10.000 ging. Frames is een CD met een speelduur van 67.11 minuten. De muziek is volledig instrumentaal en geheel opgenomen via MIDI met het Steinberg Pro 24 programma en de Atari Computer. De meeste stukken zijn aan de lange kant – absolute uitschieter is Fata Morgana dat niet minder dan 21.44 minuten duurt – maar heel zorgvuldig georkestreerd. ‘We hebben bewust zo weinig mogelijk instrumenten gebruikt’ zegt Gerard Koerts. ‘We zijn niet de ene klank op de andere gaan stapelen, dat hebben we in 20 jaar muziek maken wel afgeleerd.’

Marcel van der Lans omschrijft zichzelf en zijn companen als ‘kleine Trevor Horntjes’. Je moet onze manier van werken vergelijken met een dirigent die een elektronisch – in plaats van een symfonie – orkest tot zijn beschikking heeft. In een van de nummers speelt Chris met zijn MIDI-gitaar strijkerspartijnen. In feite dirigeert hij dan een strijkkwartet. Het werken met MIDI instrumenten en de Atari computer wordt door het drietal beschouwd als een geweldige stimulans. ‘Fantastisch’, licht Gerard enthousiast toe. ‘Voor een componist is dit ideaal. Je werkt sneller, je hoeft niet te repeteren en je hebt een drummer die nooit moe wordt’. Zijn broer Chris blijkt als gitarist wat verder van MIDI en computers af te staan en vult wat zuinig aan: ‘Ach, het is een nieuwigheid. Maar het is natuurlijk heel leuk om je klassieke gitaar via MIDI terug te horen. Of trompetsolo’s te spelen. Hoewel de vertraging van de MIDI gitaar (Chris gebruikt de GM 70 MIDI converter) heel erg vervelend kan zijn. De computermoet het allemaal rechttrekken.’

Instrumenten:

Het E&F Orchestra gebruikte bij de opnames voor ‘Frames’ een Atari computer, het Steinberg Pro 24 programma, de S 900, S 700, S 612, X 7000 en VX 90 van Akai, een Roland Jupiter 6, een Yamaha CX 7 en een GM 70 MIDI converter voor gitaar. Effecten werden bewerkstelligd door een Lexicon PCM 70, een Roland SRV 2000, een Yamaha REV 7, een EMT K-140, een SDE 2500 en een Eventide H 910 Harmonizer. Mastering geschiedde in de ML Studio van Marcel van der Lans met gebruik van een Sony PCM 501 en een JVC U-Matic Editor 250.

In Focus: ‘Andromeda girl’

Na het grote succes van het album ‘Reality fills fantasy’ en de single ‘Weekend’ moest worden geprobeerd het succes te evenaren. Alle hoop werd gevestigd op het nieuwe album ‘Andromeda girl’.

In het voorjaar van 1981 wordt het zevende album van Earth and Fire opgenomen in de Blaricumse Soundpush-studio’s, waar de groep ongeveer 28 dagen heeft doorgebracht. Onder leiding van producer Gerrit-Jan Leenders werden negen stukken opgenomen. ‘Andromeda girl’ werd op 7 september 1981 uitgebracht in niet alleen Nederland, maar tegelijkertijd ook in België, Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Als eerste visitekaartje van het album verschijnt een kleine twee weken later het nummer ‘Dream’ op single, gevolgd door ‘Tell me why’ en ‘Love is an ocean’. Overigens was ‘Tell me why’ als eerste single bedacht, maar dit plan werd uitgesteld om verwarring te voorkomen met Anita Meyer’s ‘Why tell me why’ dat destijds een monsterhit was.

Ondanks dat het bij voorbaat al een moeilijke opgave was het succes van ‘Reality fills fantasy’ en ‘Weekend’ te evenaren viel het succes van ‘Andromeda girl’ daarbij behoorlijk in het niet. Alhoewel het album de top 10 van best verkochte LP’s in Nederland bereikt is het succes van de plaat in het buitenland mager. Bovendien zijn de van het album afkomstige singles amper hits te noemen. ‘Dream’ bereikt nog de Top 40, maar de opvolgers ‘Tell me why’ en ‘Love is an ocean’ waren de eerste singles in de geschiedenis van Earth and Fire die de Top 40 niet behaalden en in de Tipparade bleven steken. Zelfs een speciale 12 inch discosingle van ‘Love is an ocean’ om succes en airplay in de discotheken te vergroten mocht niet baten.


De nummers

De titelsong ‘Andromeda girl’ is gebaseerd op de Andromeda nevel. Het is het verhaal van een astronaut die een reis in de ruimte maakt. De tekst beschrijft zijn vertrek, de reis en de terugkomst op aarde. Tijdens zijn reis komt de astronaut ‘iets’ tegen wat hem ervan bewust maakt dat alles op aarde slecht is. Mensen doen elkaar nodeloos pijn. ‘The Andromeda girl’ echter biedt hem universele liefde. Als hij terug komt op aarde en het verhaal vertelt, wordt hij door niemand, behalve door zijn vrouw, geloofd. Ze denken dat hij gek is. Jerney: ‘We hebben het verhaal die wending gegeven omdat alle astronauten zijn geflipt. Op een na zijn ze allemaal gescheiden. Velen zitten in een inrichting. Ze maken een keer zo’n reis en daarna hoor je niets meer van ze.’ Het nummer ‘What more could you desire’ werd door Ab Tamboer geschreven. Ab: ‘Het is een ruzie tussen een jongen en een meisje. De jongen zingt wanhopig dat hij op de dag wacht wanneer hij afstand zal kunnen doen van zijn materiële zaken en er geen waarde meer aan zal hechten. Het meisje vraagt hem waar hij nou eigenlijk mee bezig is en maakt hem attent op zijn foute levensstijl.’
Ronnie Meyjes schreef het nummer ‘You’, een easy-listening nummer tussen al het muzikale ‘geweld’ op de LP. Andere nummers op het album zijn ‘Singer in the rain’, de singles ‘Dream’, ‘Tell me why’ en ‘Love is an ocean’, het op disco georiënteerde nummer ‘From shore to shore’ en het prachtige, jazz-achtige ‘Just one chance’, waar vooral het gitaarspel van Ronnie Meyjes opvalt.

Hoesontwerp Het idee van de voorkant van de hoes was afkomstig van de groep, en werd gerealiseerd door Billie Glaser: Jerney – soft-focus gefotografeerd – met op de achtergrond de Andromeda-nevel. Op de achterkant van de hoes staat Jerney met haar gezicht naar die nevel toe. In recensies werd destijds gesproken over een goedkope ’13 in een dozijn’-hoes, en ook fotograaf Glaser heeft tegenwoordig weinig goede woorden meer over over de foto.

 

In Focus: Jerney’s inzet voor het Nederlands muziekproduct

Dat Jerney Kaagman al vroeg niet alleen voor zichzelf de financiële zaakjes goed op orde had, maar het later ook voor anderen goed geregeld wilde hebben, maakt dat de huidige generatie popmuzikanten in ieder geval een beroepsvereniging heeft die hun belangen behartigd. Nadat Jerney in 1970 van het zingen haar beroep had gemaakt en jaren zeer succesvol was met Earth and Fire, richtte Jerney in 1984 samen met enkele andere geëngageerde popprofessionals de Beroeps Vereniging Popmuzikanten (BV Pop) op en werd daar zelf voorzitter van. Ze nam vervolgens zitting in het bestuur van Buma Stemra en werd in 1992 pr-manager bij Radio Noordzee, een omroep die zich vooral inzette voor het Nederlandse product. In november 2000 werd Jerney directeur van de Stichting Conamus, waar ze al enige tijd als bestuurslid bij betrokken was. Stichting Conamus, inmiddels Buma Cultuur, is een van de meest toonaangevende organisaties in Nederland die lichte muziek ondersteunt. Kortom: een directeur met verstand van zaken.


Veel ervaring

Al in 1970 beantwoordde Jerney een vraag van de fanclub wat ze in de toekomst dacht te gaan doen met het antwoord ‘hard werken’. En dat deed ze. Jerney werd allereerst bekend als zangeres van Earth and Fire. De band trad zo’n 200 tot 250 keer per jaar op. Met veel optreden leerde de band goed spelen en met optredens werd de muziek bekend en singles en LP’s gekocht. Al vroeg wist de band dat je zonder hits weinig bestaansrecht had. Naast de conceptalbums van de band, waar vaak op een gehele kant een heel verhaal werd ‘verteld’, werden er ook commercieel succesvolle singles uitgebracht. De band had hit naar hit. De zeezenders Radio Noordzee en Radio Veronica speelden een grote rol in dit succes. Hun singles werden veelvuldig gedraaid op deze zeezenders. Willem van Kooten, betrokken bij Red Bullet, de productiemaatschappij die via Polydor de platen van Earth and Fire uitbracht, was immers ook DJ (onder de naam Joost den Draaijer) bij Radio Veronica. Het percentage Nederlands product dat in die tijd werd uitgezonden lag op 40%. Bij het ter ziele gaan van deze zeezenders zakte dat percentage in, tot een dieptepunt van 11% in 1989. Een grote aderlating voor het Nederlandse product. Met de komst van Radio Noordzee Nationaal begin jaren negentig werd dit percentage weer enigszins opgeschroefd, want in 1994 was het percentage alweer gestegen naar 21,6%. De band was uniek door het feit dat zij vanaf het begin al een eigen accountant in dienst had die de financiële zaken regelde. En het verdiende geld werd ook vaak weer in de band gestopt. Zo werd door de band, uniek voor Nederland, een dure PA-installatie aangeschaft. Zo kon de band tijdens optredens het geluid van de LP’s nog beter benaderen. Maar niet alleen daarmee liep de band in Nederland voorop. In 1979 was Earth and Fire de eerste groep in Nederland die een muziekband zelf financierde en deze aan een maatschappij aanbood. In zakelijk opzicht een zeer goede zet. ‘Reality fills fantasy’ bleek later namelijk hun best verkochte elpee ooit te zijn. In 1983 stopte de band en in de voorafgaande 14 jaar deed Jerney zoveel ervaring op in het muziekvak dat zij in 1984 besloot deze ervaring geheel belangeloos ter beschikking te stellen aan mede popartiesten middels de Beroepsvereniging Popmuzikanten (BV Pop).


Belangenbehartiging

De BV Pop is het geesteskind van Jaap van Beusekom (directeur van het Nationaal Pop Instituut, toen nog Stichting Popmuziek Nederland) en Jerney Kaagman. Zij ontdekten waar bij veel popmusici de schoen wringt. Jerney: ‘In 1984 was ik op een symposium over popmuziek in Rotterdam. Daar ben ik zo pissig geworden. Er werd steeds maar gepraat over popmuziek door ambtenaren, door journalisten. Maar er was geen popmuzikant te zien. Toen ik daarover een opmerking maakte, zei iemand: ‘ja, maar jullie tonen zelf ook wel erg weinig interesse.’ Meteen hebben Jaap van Beusekom en ik toen besloten om de BV Pop op te richten. Ik moet erbij zeggen dat ik toen ook de tijd had om me met de sociale en materiele kant van het vak bezig te houden. Earth and Fire was in 1983 gestopt. En ik had goed gepast op de centjes die we hadden verdiend. Want er was natuurlijk geen sprake van dat ik iets zou krijgen voor mijn nieuwe werk.’ Op 28 mei 1984 presenteerde BV Pop zich door middel van een persconferentie aan het publiek. Jerney als voorzitter en Jaap als secretaris. De BV Pop stelde zich ten doel het Nederlandse popproduct weer op te vijzelen, hetgeen hard nodig was want het ging bar slecht met de Nederlandse popmuziek. Popmuzikant als beroepsvorm werd praktisch niet erkend in Nederland. Een ander probleem was dat de popmuzikant met zoveel instanties te maken krijgt wanneer hij zijn beroep uitoefent, dat hij bijna door de bomen het bos niet meer ziet. En cijfers over de popbranche waren al helemaal niet voorhanden. En daarnaast maakte BV Pop zich sterk voor afvaardiging in het bestuur van Buma/Stemra. Alle andere genres zijn wel vertegenwoordigd, alleen de popmuziek werd tot dan toe steeds geweerd en daarbij komt nog dat 80% van de inkomsten van Buma/Stemra uit de popmuziek komt.

Naast de belangenbehartiging bij Buma/Stemra, het afsluiten van collectieve verzekeringen voor bijvoorbeeld instrumentarium, het opzetten van een vacaturebank, lobbying in Den Haag en een jaarlijks te houden festival, wilde men een verhoging van het percentage Nederlands product op Hilversum 3 (het huidige radio 3). Een dag radio luisteren zal iedereen ervan overtuigen dat dit zeker gelukt is. Het Nederlandse product is weer helemaal terug. Dit is zeker ook te danken aan het werk dat Jerney tijdens haar periode bij Radio Noordzee Nationaal verzette. In Frankrijk bestaat een regeling dat ten minste 40% van alle gedraaide platen per dag van Nationale bodem moet zijn. Zo’n regeling zou in Nederland ook niet slecht zijn, want het publiek koopt immers wat zij via de radio krijgt aangeboden.

Na de oprichting kwam de belangenvereniging al snel tot de conclusie dat de vereniging niet slechts in het leven was geroepen om te vergaderen en nota’s uit te schrijven. Het idee om de Nederlandse popmuziek onder de aandacht van het publiek te brengen, resulteerde uiteindelijk in het ontstaan van de BV Pop Prijs. Deze prijs wil bovendien een stimulans zijn voor Nederlandse popmuziek, zodat popmuzikanten van eigen bodem grotere waardering ten deel zal vallen. Het bronzen beeldje, dat weergeeft welke strijd de Nederlandse popmuzikant moet leveren, is ontwerpen door Theo Mackaay, die ook het Gouden Kalf heeft ontworpen. Naast de uitreiking van deze prijs die nu jaarlijks op het Noorderslag festival wordt uitgereikt, wordt er elk jaar in samenwerking met Stichting Conamus en Music Maker de Nationale Muzikantendag georganiseerd. Andere projecten waarin BV Pop een rol speelt is de cursus voor popmusici ‘Popmanagement’. Jerney is nog steeds voorzitter van deze beroepsvereniging. De BV Pop werkt sinds 1989 samen met de FNV Kunstenbond en heet sindsdien BV Pop/FNV Kiem. Bij de BV Pop/FNV Kiem zijn inmiddels 960 popmuzikanten aangesloten.

Als bestuurder maakt Jerney jaren deel uit van de vereniging PALM (professionele auteurs lichte muziek) en de Buma. Vooral dit laatste was een van de doelstellingen die BV Pop bij haar oprichting voor ogen had. Bovendien bepaalde Jerney als bestuurder tot 1995 gedurende 9 jaar mede het beleid van Conamus.


Op de achtergrond

In een dubbelgesprek met Anita Meijer voor de Elsevier uit 1976 vertelde Jerney dat zij het belangrijk vond ook achtergrondkoortjes te doen. ‘Ik doe zelf naast mijn werk bij Earth and Fire ook koortjes. Om te leren, omdat ik het leuk vind en ook om anderen te helpen. In dit vak telt uiteindelijk alleen kwaliteit. Ik vind dat het talent in Nederland elkaar veel meer zou moeten kunnen helpen om die kwaliteit te bereiken.’ Enkele voorbeelden van haar medewerking aan plaatwerk van anderen is ‘I only know my name’ van Hans Vermeulen uit 1976, ‘Geen Paniek’ van Udo Lindenberg uit 1978 en ‘Rainbows End’ van Max Werner uit 1979. Jerney heeft echter in tegenstelling tot veel van haar collega’s niet heel veel achtergrondkoortjes kunnen doen doordat zij door haar unieke stemgeluid overal in te herkennen is. Maar ook stil op de achtergrond heeft Jerney veel werk voor het Nederlandse muziekproduct verricht. Zo begeleidde ze dikwijls jonge mensen op weg naar het podium. Ze was onder andere een aantal malen kindercoach bij het Unicef-gala en ook participeerde ze in diverse jury’s, sprak op bijeenkomsten van popmuzikanten of nam deel aan fora over popmuziek.

Radio en televisie

Ook presenteerde Jerney enkele popprogramma’s op radio en televisie. Op de radio was dit onder andere een serie muziekprogramma’s over het Monterey festival (1989) en voor televisie presenteerde Jerney in 1993 een aflevering over de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek. In mei 2004 presenteerde Jerney ook nog een aflevering van ‘I love the 70’s’ op Net 5. In 1989 startte Buma Stemra een publiciteitscampagne om het verslechterde imago van de auteursrecht-organisatie te verbeteren. De organisatie doet namelijk meer dan het incasseren van geld alleen. Buma Stemra zond een sterspotje uit over deze problematiek met Jerney als spokeswomen. Aan de bar vertelt Jerney in dit filmpje wat er wel en niet kan bij het afspelen van muziek in bijvoorbeeld een bar of café.

Radio Noordzee Nationaal

Een tweede maal speelt Radio Noordzee een belangrijke rol in het leven van Jerney. Begin jaren zeventig draait de zeezender veelvuldig de singles van de groep tot hit. Om de hegemonie tussen platenmaatschappijen en radio-omroepen te doorbreken start Strengholt in juli 1992 met de uitzendingen van Radio Noordzee Nationaal. Jerney was al bekend met Strengholt via Buma-kringen en wordt bij de omroep betrokken om cable network development te gaan doen, te zorgen dat gemeenten Radio Noordzee Nationaal toelieten op de kabel. Daarna werd ze pr-manager bij het het radiostation. Als voorzitster van de BV Pop zette Jerney zich in voor de rechten van de Nederlandse popmuziek. Als Pr vrouw van Radio Noordzee zorgde ze dat het Nederlandse product vaker op de radio beluisterd kan worden. Door de populariteit van Radio Noordzee wordt het Nederlandse product weer enorm gepromoot en komen megasterren als Marco Borsato en Frans Bauer tot volle wasdom. Radio Noordzee Nationaal heet tegenwoordig Radio Noordzee FM.

Stichting Conamus / Buma Cultuur

Dan zet Jerney weer een stap voorwaarts. Zij wil zich nog verder inzetten voor het Nederlandse product, ook buiten onze landsgrenzen en wordt in september 2000 directeur van de Stichting Conamus (inmiddels Buma Cultuur). Met evenementen als het Amsterdam Dance Event, de Gouden en Zilveren Harpen, Noorderslag festival en de Muzikantendag is Conamus in Nederland een van de meest toonaangevende organisaties die lichte muziek ondersteunt. De organisatie organiseert of werkt mee aan allerlei projecten die de gehele Nederlandse lichte muziek bestrijken, waarbij doorslaggevend is dat het evenement of project Nederlands muziekcopyright (teksten en muziek van Nederlandse auteurs) in binnen- en buitenland ten goede komt.

Idols

In 2002 wordt Jerney door Henk Jan Smits gevraagd zitting te nemen in de jury van het programma Idols, een talentenjacht op TV. Na enige aarzeling en het voorgelegd te hebben aan haar bestuur, neemt Jerney dan alsnog zitting in het zeer populaire programma Idols. Idols is een talentenjacht op televisie op zoek naar nieuwe popidolen in Nederland. Idols start in het najaar 2002 met het uitzenden van audities van de duizenden popidolen in spé, waarna na veel voorrondes de tien beste overblijven en strijden voor de titel Popidool. In het jaar 2003 wint Jamai en in 2004 valt die eer te beurt aan Boris. Beiden scoren grote hits met hun debuutsingle en -album. In 2005 houdt Idols een korte adempauze. Ook in 2006 is Jerney wederom van de partij. Dat Idols heeft bijgedragen aan het opwaarderen van het Nederlands talent is iets dat wel zeker is.

Lifetime Achievement Award

Tijdens het jaarlijkse VNP Gala op 15 juni 2005 in het Utrechtse Tivoli ontving Jerney uit handen van de VNP zelf een Lifetime Achievement Award. De prijs is een erkenning voor de belangrijke stimulerende rol die Jerney Kaagman vervult jegens Nederlandse artiesten en componisten.

 

In november 2008 maakte Jerney bekend haar functie als directeur van Buma Cultuur per maart 2009 neer te leggen.

In Focus: Rallye Monte-Carlo

Kayak en Earth and Fire waren in 1981 sponsors van het Nederlandse Opel-team dat aan de Rallye van Monte Carlo deelnam. En dat betekende dat er op de motorkap breeduit Earth and Fire prijkte. Tevens werd voor promotie-doeleinden een single gemaakt.

Op de A-kant van het singletje stond Rallye Monte Carlo van Earth and Fire, waarvoor Jerney een aangepaste Weekend-tekst inzong. Op de flipside staat Kayak’s Total Loss, omgedoopt in Monte Carlo Rallye. Deze bijzondere single was niet in de platenzaken te koop en mag met recht een collector’s item genoemd worden. Zelfs de fanclub had in 1981 maar tien exemplaren die niet werden verkocht.

Rallyervaring
De coureurs van het Opel-team, Bob de Jong en Bror Danielson, haalden de finish – wat al een hele prestatie is – en eindigden als twaalfde in het eindklassement. De twee reden in een bont beschilderde Opel Ascona 2.0 SR Groep een. Deze auto werd in het Opel Sport Centrum te Zoetermeer geprepareerd. De hoofdkleur was geel, want alle wedstrijdwagens van het Nederlandse Opel dealerteam hadden die kleur. Op de motorkap van de wagen was voor de Monte Carlo Rallye een handgeschilderde wereldbol omgeven door gestyleerde vlammen: aarde en vuur. Het opschrift Earth and Fire maakte veel duidelijk. Achterop nog een vignet van een andere bekende popgroep: Kayak.

 

Resultaten van het team

Een korte tijd voor de bewuste Rallye Monte-Carlo kwam Jerney Kaagman al in aanraking met de rallysport. In hetzelfde type auto maar dan in witte uitvoering beplakt met sterren en voorzien van Earth and Fire-opdruk deed ze in de zomer van 1980 namelijk mee aan een race met hindernissen op het circuit van Zandvoort. Alles ging perfect, tot de slalomrace waar geen pionnetje overeind bleef staan…