In Focus: ‘Jerney’ parfum

Ook Jerney heeft af en toe geschnabbeld. Naast onder andere het opnemen van commercials voor onder andere Buma Stemra, schaars gekleed poseren voor de lingerie van Bon Giorno en het openen van winkels bracht ze in 1981 haar eigen parfum op de markt. “Jerney: for a woman like you”

Ruim een jaar is Jerney bezig geweest een speciale Eau de toilette te creëren. In de zomer van 1981 is de eau de toilette geïntroduceerd tijdens de Indro Parfumeriebeurs in de Julianahal te Utrecht. De firma Gertimpo uit Utrecht heeft het op de markt gebracht. Deze naam houdt verband met Gert van de Wetering die ook aanwezig was bij de introductie. De fabrikant van het parfum heeft in het kader van een reclamecampagne stickers laten maken met de tekst ‘We love Jerney’. Leuk om te weten is dat die sticker destijds door Earth and Fire op de instrumenten en koffers werd geplakt, en dat het bijna een rel opleverde tijdens opnames van Nederland Muziekland. Hans Mondt van Veronica ontdekte namelijk dat de stickers reclame waren toen de opnames al op band stonden. Voor de veiligheid zijn de opnames vervolgens overgedaan, nadat de stickers er natuurlijk afgepeuterd waren! Naast de stickers zijn er ook posters en strooikaarten verspreid.

 

Tijdens de feestelijke lancering vertelde Jerney dat er ongeveer een jaar aan de eau-de-toilette is gewerkt. Daarbij heeft zij talrijke ‘geurtesten’ ondergaan, zodat de parfumeurs haar persoonlijke smaak konden vaststellen. Eerst werd er overigens met een aantal laboratoriumtests gecontroleerd of Jerney’s neus wel gevoelig genoeg was voor dit ongewone werk. Verder heeft Jerney de vorm van het flesje, het formaat en de verpakking bepaald. Het flesje wilde ze graag klein houden, omdat ze weet hoe lastig het is om een grote fles in een handtasje te krijgen. Een parfum moet je mee kunnen nemen om je lekker op te frissen. De bestanddelen van het parfum zijn Bergamot, Limette en Mandarijn, afkomstig uit de Messina-streek in Zuid-Italië, met een vleugje mystiek van groene regenwouden.

Vanaf september 1981 is de eau-de-toilette te koop in de drogisterijen, parfumeriezaken en warenhuizen, verkrijgbaar in flacons van 30cc en 50cc en kost ca 20 gulden voor de kleinste verpakking. Regelmatig was Jerney in parfumeries/warenhuizen aanwezig om de verkoop persoonlijk te ondersteunen.

In Focus: covers van Earth and Fire

Door de jaren heen zijn Earth and Fire-nummers zoals ‘Memories’, ‘Maybe tomorrow, maybe tonight’ en ‘Weekend’ vaak gecoverd door andere bands en artiesten. In deze In Focus-aflevering gaan we in op al deze covers. Echter wel alleen de covers die officieel op plaat zijn verschenen.

Hazy paradise
Ghost  Voor het album Hypnotic Underworld heeft de Japanse band Ghost begin 2004 een coverversie opgenomen van het nummer ‘Hazy Paradise’, de B-kant van de eerste single van Earth and Fire uit 1969. Masaki Batoh (zanger en gitarist van de band) schreef het arrangement oorspronkelijk voor Damon & Naomi in 1999, maar het is door hun nooit opgenomen. Vervolgens nam Batoh het zelf op. Naast Hazy Paradise is ook het nummer ‘Dominoes’ een cover: dit nummer is oorspronkelijk van Syd Barrett. De andere tracks op het album ‘Hypnotic Underworld’ van Ghost zijn door de groep zelf geschreven.
Ruby is the one
Claw Boys Claw
Het nummer ‘Ruby is the one’ is in 1988 gecoverd door de groep Claw boys claw, een Amsterdamse gitaarband die doorbreekt in het clubcircuit met garagepunk à la The Gun Club en The Stooges. Blikvanger is zanger Peter te Bos, die zijn publiek op charismatische wijze weet te bespelen. Gaandeweg ontwikkelt de muziek zich tot meer melodieuze moerasrock. Het album Hitkillers, waar de cover van ‘Ruby is the one’ op te vinden is, is opgenomen in de SPN-studio’s en bevat een verzameling covers van Nederpopklassiekers. Over de cover van ‘Ruby is the one’ zegt Peter te Bos in een interview in Muziekkrant Oor: ‘Origineel is het aardig, maar als wij dat spelen klint het als kut op dirk. Jerney Kaagman zong het eigenlijk heel slecht. Niet zozeer uit de maat en misschien een beetje vals, maar dat geeft niet, want ik zing ook vaak vals en dat kan soms heel mooi zijn, iets eigens hebben. Maar als ik Jerney’s zangpartij exact zo nazong, dan bestond het nummer uit allemaal aan elkaar geplakte stukjes die niets met elkaar te maken hadden. Een puinhoop! Daarom hebben we het maar een beetje vereenvoudigd, met een stevige beat eronder. Dat stukje van ‘we will spend the night together’ vonden we het spannendst, dus dat hebben we uitgebouwd.’
Memories
DJ Baleares (feat. Jerney K.) ‘Memories’ is gecoverd door DJ Baleares in 2000. Naast de originele remix werden er nog twee andere versie’s opgenomen: de ‘Hole in one dub mix’ en de ‘Shrink Mix’. Deze laatste begint met een bekend, vaak gebruikt piano-deuntje.
Weekend
Chips In 1980 nam ook de Zweedse popgroep Chips een cover op van ‘Weekend’. Chips is een meidenduo bestaande uit Elisabeth Andresson en Kiki Danielsson. Voor Zweden deden ze mee aan het Eurovisie Songfestival in 1982 met het nummer ‘Dag efter dag’.
De Strangers
In 1980 werd het nummer ‘Weekend’ gecoverd door de Antwerpse groep De Strangers, een jaar na het origineel van Earth and Fire. De Strangers werden in 1952 opgericht door Gust Torfs, die Alex Boeye, Pol Bollansee en John De Wilde, allemaal vrienden uit de Antwerpse wijk ‘Het Kiel’, wist te overtuigen een zanggroep te vormen. Buitenlands groepen zoals de Hi-lo’s, de Four Aces en de Mills Brothers waren op dat ogenblik hun grote voorbeeld. De cover van ‘Weekend’ was, onder de titel ‘Pluchke’, te vinden op de LP ‘Troef’ van De Strangers uit 1980. Op dat album waren meer covers te vinden, waaronder ‘Visite’ van Lenny Kuhr en ‘Can’t stop the music’ van de Village People.
Conny Morin
In hetzelfde jaar verscheen ook een cover van ‘Weekend’ op single van de Duitse schlager-zangeres Conny Morin: ‘Kein Mädchen für das Wochenende’. Conny Morin werd rond 1979 door Michael Schanze in zijn show ‘Hatten Sie heut’ Zeit fur uns?’ geintroduceerd en werd in korte tijd zeer bekend. Naast zangeres is ze ook getalenteerd fotograaf en tekstschrijver. Een volgende mijlpaal haalde Conny in haar jonge carrière met een optreden in de ZDF-hitparade met het nummer ‘Hin und Her’. Gelijk na het gastoptreden bij Dieter Thomas Heck ging Conny Morin weer de platenstudio in. Ze nam daar de Duitse versie op van het nummer ‘Weekend’ van Earth and Fire. De Duitse vertaling kwam van O. Pinion.
Gry

Ook de buitenlandse formatie Gry nam een cover op van Earth and Fire’s hit ‘Weekend’. Het verscheen in 1980 als B-kant op Cascade CCSL 801. Op de single staat naast Gerard Koerts ene dt. Vivian vermeld bij de componist / tekstschrijver. Waarschijnlijk is er dus een vertaling van ‘Weekend’ gemaakt. Over Gry is verder weinig bekend.
Kid Q
In 2002 stond ‘Weekend’ na 23 jaar weer in de hitlijsten: Kid Q (Quesran) bracht in dat jaar namelijk een techno-cover van dit nummer uit onder de titel ‘This feeling’. Een vernuftige song, met originele vocalen en dansbare house-beat. Meerdere versie’s van dit nummer werden opgenomen, waaronder een Club Mix en een Acrylites Hard Remix.
Scooter
Bijna in dezelfde periode als het nummer ‘This feeling’ van Kid Q verscheen er een cover van ‘Weekend’ door de groep Scooter. Scooter is een Duitse techno-groep die is opgericht in 1994 door H.P. Baxxter, Rick Jordan en Ferris Bueller. Deze cover van ‘Weekend’ verscheen in 2003 op single onder het label Sheffield, en is in 3 versie’s opgenomen: ‘Weekend’ (Radio Edit), ‘Weekend’ (Extended) en ‘Weekend’ (Club Mix). Dankzij deze 2 covers van Kid Q en Scooter raakte ‘Weekend’ ook bij een nieuwe generatie bekend.
Fire of love
Romeo + Julia Het Duitse duo ‘Romeo + Julia’ nam in 1980, enkele maanden nadat het origineel van Earth and Fire op single verscheen, een Duitstalige cover op van ‘Fire of love’ onder de titel ‘Feuer und eis’. De 3.48 durende cover verscheen op single onder het Philips-label (6005 029) met op de B-kant het nummer ‘Dur wir beide’. Opvallend is dat op het label onder de titel van het nummer de naam van Bert Ruiter verkeerd is geschreven. Er staat namelijk: Rutier/Kaagman/W. Bierschenk. Rutier is dus geen typefout van ons!
Love light (Jerney Kaagman solo)
Robbie Leslie Van Jerney’s ‘Love light’ werd in de jaren tachtig een 12 inch uitgebracht in de Verenigde Staten onder een klein, onbekend label. Robbie Leslie maakte in het midden van de jaren tachtig een remix van de multitrack radio versie van dit nummer in een studio in New York. Leslie’s remix van ‘Love light’ verscheen in 1986 op single bij M Records, labelnummer 186MR.

In Focus: Fanclub

Net als andere grote toenmalige bands had ook Earth and Fire een eigen fanclub. Al vanaf 1970, het moment dat de band doorbrak, werd de groep gevolgd. Eerst via stencils, later aan de hand van zorgvuldig gemaakte boekjes. De fanclub, onderhouden door verschillende fans en altijd aanwezig: in succesvolle en minder succesvolle tijden, in tijden van veel nieuws en in komkommertijd.



De geschiedenis van de eerste Earth and Fire fanclub begint in Gouda met Henk († 2003) en Ada de Jong en hun uitgave ‘Popinvitation’. Vanaf 1970 leiden zij een fanclub over de band. Met de komst van deze fanclub bleven de Earth and Fire-fans op de hoogte van het laatste nieuws en de geplande optredens van de groep. In dit fanclubblad werd niet alleen nieuws over Earth and Fire gegeven, maar ook over andere Nederlandse popgroepen en buitenlandse symfonische bands. Eerst in de vorm van simpele stenciltjes, later werden het al kleine boekjes. Cees Roos, later een van de roadies van de band, trad in die beginjaren meerdere malen op als reporter van de fanclub. ‘Popinvitation’ heeft gedraaid tot 1974, en was dus actief tijdens de meest succesvolle jaren van de band.

 

Nieuwe fanclub

Al vrij snel werd er een nieuwe fanclub opgericht. In 1976 begon Charles Spijker de tweede Earth and Fire-fanclub, samen met het fanclubblad ‘&’ waarvan de eerste editie in juni 1976 verscheen. Met een oplage van 200 exemplaren in het begin verscheen ‘&’ zes keer per jaar. Alle belangrijke activiteiten rond de groep werden, samen met songteksten, interviews en achtergrondinformatie, in dit blad gepubliceerd. Vanaf het begin werd Charles versterkt door Stefan Menningh en Willem Endhoven. Willem vertrok echter al na het tweede nummer omdat hij aan zijn studie aan de TH te Eindhoven was begonnen en dus van verdere medewerking aan de fanclub moest afzien. Hij werd in februari 1977 opgevolgd door Ed Dekker, het 100ste lid van de fanclub. Ed bleef tot het in juni 1977 verschenen zevende nummer van ‘&’. Een aantal jaren later werd er een opvolger gevonden voor Ed: Herma Bosboom.


 

Opvolgers

In februari 1983 besloot de toenmalige redactie, Charles, Stefan en Herma, om ermee te stoppen. Zij hadden toen een jaar of 6 met veel plezier de fanclub gerund en hadden veel ups en downs meegemaakt. In 1978 kenden zij een moeilijke periode omdat in de media veel gespeculeerd werd over het opheffen van Earth and Fire. Op een gegeven moment kwam er meer dan een half jaar geen clubblad meer uit en hadden ze ook geen gelegenheid meer om te reageren op alle post, juist omdat er zoveel onduidelijk was omtrent de groep. Eerst stapte de drummer op, later de bassist, de vaste platenmaatschappij en producer hadden geen belangstelling meer en dat alles terwijl de overige groepsleden aan het doorknokken waren. Gelukkig brak er ook voor de fanclub eind 1979 een leukere periode aan. De groep beleefde haar grootste commerciële succes en dat vertaalde zich ook in een toename van het aantal nieuwe leden. Begin 1983 vond het toenmalige bestuur het tijd om plaats te maken voor anderen omdat ze meer tijd wilden wijden aan hun privé leven, maar toch ook wel inzagen dat er nog meer dan voldoende belangstelling was voor de groep om niet de fanclub meteen op te heffen. Gert Oosterhuis en Joyce den Besten stonden toen in de startblokken klaar om het over te nemen. Gert Oosterhuis: ‘Joyce en ik waren al zeer betrokken fans vanaf het eerste uur. Jerney, contactpersoon namens de groep, kende ons ook al als fans met meer dan gewone belangstelling, dus heeft Charles Spijker ons als zodanig aan haar ‘voorgedragen’ de fanclub over te nemen voordat hij ons benaderde. Ik kan me dat moment nog goed herinneren. Ik lag tijdens wintersport met een gebroken been op bed en had net voor Radio Atlantis, destijds een belangrijke piraat in het Rijnmondgebied, geregeld dat ik Jerney bij haar thuis mocht interviewen. Zij brachten in 6 specials de geschiedenis van Earth and Fire op de radio. Voor deze specials had ik de muziek uitgekozen en de teksten aangeleverd. Dat ik het voor elkaar kreeg Jerney te mogen interviewen was natuurlijk al helemaal geweldig, laat staan het moment dat Charles ons vroeg of wij de fanclub wilden overnemen. Op dat moment voelde dat toch als een soort van erkenning en de ideale gelegenheid om dichter bij het vuur te staan. Natuurlijk zeiden wij allebei meteen ja en Stefan Menningh zou ons blijven assisteren met het ontwerp van het blad. Op de achtergrond konden wij ‘leunen’ op de know-how van Charles.’


 

Achteraf bleek dat er meteen opnieuw een onduidelijke periode zou aanbreken. ‘In het begin hadden we dat nog niet in de gaten. Er was immers genoeg publiciteit, toen al voornamelijk alleen rond Jerney. Ze verscheen in de Playboy en er kwam nog een derde single van het album ‘In a state of flux’ uit’, aldus Gert. Later bleek dat het optreden van de band in Lemele in mei 1983 voorlopig de laatste zou blijken. Gert: ‘Ik moet wel zeggen dat Jerney altijd haar best deed om ons zo goed mogelijk van informatie te voorzien, ondanks dat er voor de band weer een onduidelijke periode was aangebroken. Immers, Ab Tamboer zou een tijdje invallen bij Het Goede Doel, Ron Meyjes was vertrokken naar The Millionaires en uiteindelijk besloot Gerard Koerts, als enige overgebleven tweeling en mede-oprichter van de band, te stoppen. Tot aan najaar 1987 leidden we meer een fanclub rond Jerney, al hebben we in die tussenliggende jaren ook geregeld gepubliceerd omtrent de activiteiten van de overige en oud-groepsleden. Joyce en ik waren in die tijd kritisch en onafhankelijk. Dat werd niet altijd door iedereen gewaardeerd of begrepen. Wij hadden nooit de behoefte om stukjes te schrijven over ‘welke groente eet Jerney het liefst op maandag?’ en zo. We publiceerden ook kritische ingezonden stukken of recensies en niet alleen maar lovende proza. We lieten ons gezicht op veel plekken zien en van ons horen. Zo waren er een paar beurzen rond fanclubs en waren we een paar keer op de radio te horen. Jerney en Bert waren ook altijd bereid mee te werken aan prijsvragen en andere evenementen voor fans. Ik herinner me een avondje bowlen of uit eten, een presentatie van de eerste solo LP van Jerney en een fanclubmiddag met aansluitend een concert van de band. Ook waren we altijd welkom om demo’s te komen beluisteren en wat dies meer zij. Het was een bijzonder leuke periode, maar aan alles komt een einde.’ Eind 1989 was de rek er bij Joyce en Gert uit. Een teruglopend ledenaantal, geldgebrek en belangstelling voor andere zaken in het leven zorgde er uiteindelijk voor dat de fanclub stopte. En dat terwijl de band toen net met een nieuw album uit kwam en weer was gaan toeren. Er werd niet gezocht naar opvolgers, ook omdat er geen druk vanuit de band was om de fanclub nog in leven te houden.

 

Actief

De fanclub is altijd heel actief geweest. Zo gaf de fanclub naast de fanclubbladen in 1978 een boek uit met alle songteksten van Earth and Fire, en hield de fanclub regelmatig Polls onder de fanclubleden. Daarnaast werden er af en toe ook prijsvragen gehouden waarbij onder andere een avondje bowlen of een etentje met Jerney en Bert te winnen was. Uniek was de door de fanclub georganiseerde première van het album ‘In a state of flux’ in de Dureco studio te Weesp in het najaar van 1982 waar veel fans zich hadden gegroepeerd om, samen met de bandleden, de nummers van de nieuwe elpee te beluisteren. Twee jaar later vond er nogmaals een soortgelijke première plaats, ditmaal van het solo-album ‘Made on earth’ van Jerney.


 

Prijzen lidmaatschap

Hieronder tref je de prijsontwikkeling aan van het lidmaatschap van de Earth and Fire fanclub. De prijzen zijn in guldens en voor een jaarabonnement.

Jaar
Prijs jaarabonnement
1970
f. 5,00
1971
f. 5,90
1972
f. 6,90
1973
f. 6,90
1974
f. 6,90
– geen fanclub in 1975 –
– geen fanclub in 1975 –
1976
f. 10,- Vanaf december f. 12,50
1977
f. 12,50
1978
f. 12,50
1979
f. 12,50
1980
f. 12,50
1981
f. 12,50 Vanaf augustus f. 15,-
1982
f. 15,-
1983
f. 15,-
1984
f. 15,-
1985
f. 15,-
1986
f. 15,-
1987
f. 15,- Vanaf oktober f. 17,50
1988
f. 17,50
1989
f. 17,50

In Focus: ‘In a state of flux’

In een voortdurende staat van verandering. Dat is de letterlijke betekenis van de titel van het achtste album van Earth and Fire: ‘In a state of flux’. Voortbordurend op de sound van ‘Andromeda girl’ verscheen deze LP in november 1982. Een LP volgens een heel nieuw, commercieel, recept. Een recept waarmee veel oude fans verloren gingen, maar waarmee ook een nieuwe jonge groep fans werd gewonnen.

Na de release van het album ‘Andromeda girl’ in het najaar van 1981 loopt het contract met Phonogram af. Earth and Fire tekent een nieuw contract, niet bij Phonogram maar bij platenmaatschappij Dureco (Dutch Record Company) te Weesp. ‘Men heeft ons bij Dureco een aantrekkelijker voorstel gedaan’, aldus Jerney in 1982. Bij de ondertekening van het contract in 1982 zijn, naast Jerney, Gerard, Ab, Ronnie en Bert, Frits van Swol van Dureco en de toenmalige Dureco-directeur Dolf van Nijnatten aanwezig. Het contract staat voor het maken van 2 albums. Uiteindelijk zou blijken dat de groep het tweede op te nemen album niet kon vervullen toen de band uit elkaar viel. Jerney nam vervolgens haar soloalbum ‘Made on earth’ op bij de platenmaatschappij.

Op 31 oktober 1982 werd het nieuwe album gepresenteerd in de studio van Dureco te Weesp, waar veel fans zich hadden gegroepeerd om, samen met de bandleden, de tracks te beluisteren. Er waren enkele opvallende veranderingen te signaleren. Voor het eerst in haar geschiedenis produceerde de band het album zelf. Daarnaast ontbrak voor het eerst een lang nummer die door fans altijd in hoge mate werden gewaardeerd. Het zeseneenhalf minuten durende ‘I don’t know why’ had iets te weinig diepgang om het gemis goed te maken. Voor ‘In a state of flux’ werden het tien korte nummers: allemaal eigen composities en arrangementen. Vaak gelikte, commerciële nummers die nog maar weinig te maken hadden met het ‘oude’ Earth and Fire. De groep ging met haar tijd mee, maar een grote groep fans haakte af. Het oude Haagse bandje dat ooit zo opviel was teveel eenheidsworst geworden. De nieuwe sound van de groep trok echter ook weer een hele nieuwe groep jonge fans aan.

Het album ‘In a state of flux’ was simpeler van opzet dan zijn voorganger. De composities waren kort en kernachtig. Verdwenen waren de disco- en reggae-invloeden die op ‘Andromeda Girl’ nog duidelijk aanwezig waren. De absolute hoogtepunten zijn te vinden op kant 2, met na de instrumentale titelsong een geweldige finale in de vorm van ‘Dona nobis pacem’. Het zijn deze afsluiters die nog enkele typische Earth and Fire-invloeden laten horen.

Een eerste singlekeuze was snel gemaakt. ’24 hours’, weer een echte Koerts-compositie, moest de nieuwe ‘Weekend’ gaan worden. Het nummer bereikt de top 15 van de Nederlandse Top 40 en daarmee scoort de groep weer een ouderwets grote hit die ook in Duitsland aanslaat. ‘Jack is back’, een nummer van Jerney en Bert, is de tweede single en bereikt met pijn en moeite de hitlijst. Hetzelfde verhaal voor de derde single ‘The two of us’ dat naar aanleiding van het enorme aantal enthousiaste reacties van de fans verschijnt.

Hoesontwerp

Zonder de teksten te kennen ontwierp George Kramer de hoes van de LP. De kreeft heeft natuurlijk te maken met Jerney’s sterrenbeeld. Op de voorzijde wordt de kreeft met een injectienaald zilver ingespoten. Trek je de binnenhoes eruit, dan zie je op de foto Jerney met een verzilverde kreeft om haar nek. Dat slaat dan weer terug op de titel van het album, ‘In a state of flux’.

In Focus: Duitse Swing In met een Hollands tintje

Earth and Fire kreeg in het begin van de jaren zeventig, als sterkst rijzende ster aan het Nederlandse popfirmament regelmatig cameraploegen langs. Soms totaal onverwacht, soms goed voorbereid. De opnamen voor het Duitse programma Swing In had iets van beide. Cameramensen stonden soms ineens op de buhne, maar voor het deel dat je ziet op de onlangs uitgebrachte DVD stroomde de toenmalige oefenruimte eenmalig vol met grotendeels familieleden en bekenden van de band. Het optreden is niet opgenomen in Duitsland, maar op de thuisbasis van Earth and Fire, in Voorschoten.

Naast de katholieke kerk aan de Leidseweg in Voorschoten staat nu nog steeds het Bondsgebouw. De plek waar ooit ‘Maybe tomorrow, maybe tonight’ voor het eerst klonk, is allang geen oefenplek voor bands meer. Misschien was het de buurt na het luidruchtige Earth and Fire toch allemaal wat te gortig geworden. Toch heeft de band er een paar jaar kunnen repeteren, de eerste jaren van haar bestaan. De Duitse omroep WDR besloot samen met productiemaatschappij Red Bullet om hier een aantal van de tv-opnamen voor Swing In te houden. Een Nederlandse cameraploeg werd aangetrokken om Earth and Fire op de band te zetten.

Door het beeld zie je dan ook filmers lopen die later grote naam zouden maken: Jan de Bont (in het rode t-shirt, later getrouwd met Monique van der Ven en regisseur van onder meer Twister) en Ed van der Elsken (later vooral beroemd als fotograaf), om er een paar te noemen. Cineast Wim van der Linde was de leider van het clubje. Hij kwam van VPRO-huize, de omroep die hij later zou bedienen met onder meer de roemruchte Barend Servet Show. Toetsenist Gerard Koerts kan zich de avond nog wel herinneren. ‘Lekker dicht bij huis, en nog voor eigen publiek ook.’ De camera’s op zijn vingers deden hem weinig. ‘Nee, je zat gewoon lekker te spelen. In je eigen wereld, samen met je publiek. Sfeervol was het wel die avond. Van camera’s of microfoons trok ik me trouwens nooit veel aan.’

Geen bubble gum-decor

Drummer Ton van der Kleij weet te vertellen dat de band de eerste jaren veel ruimte en budget kreeg, ook voor eigen opnames. ‘Anders liep je het risico dat je continu in dat bubble gum-decor van Toppop stond te spelen. Wij vonden dat dat niet bij ons paste. En gelukkig konden we het dus voorkomen door met Red Bullet af te spreken om de singles in eigen beheer van een filmpje te voorzien. Volgens mij deed Van der Linde dat meestal. We hebben dan ook sterk ons eigen stempel kunnen drukken op de opnames tot en met Love of Life. Daarna is het bijna allemaal Toppop. Toen werd de geldkraan dichtgedraaid. En werden de clips haastiger opgenomen, in een andere sfeer.’ De Duitse tv pakte het in die eerste jaren ook grondig aan, wat is te zien aan de live opname van Maybe Tomorrow Maybe Tonight. Ton: ‘Je deed er inclusief repeteren makkelijk drie dagen over om zoiets – vooral wat betreft het geluid – goed op de band te krijgen. Tegenwoordig gaat dat allemaal een stuk sneller en simpeler, maar toen was de techniek gewoon nog niet zo ver.’

Opvallend aan de Swing In-opname is het gemis van de toen zo beroemde lichtshow. ‘Die was volgens mij niet goed op de film te zetten’, herinnert de drummer zich. ‘De band was vooral een sfeerband in die dagen: gevoel en muziek, daar draaide het allemaal om. Het publiek moest vooral stil zijn en luisteren. Jerney was – afgezien van wat spontane uitbarstingen van de muzikanten – eigenlijk de enige voor een visueel showelement zorgde. Wij liepen erbij in gerafelde spijkerbroeken; zij liet toen al complete pakken maken. De lichtshow vulde dat showelement mooi aan. Maar in het Bondsgebouw hebben we er dus niet mee gewerkt. Dat lukte allemaal niet omdat we voor de camera’s veel fel licht nodig hadden.’ Maar bij de single-opname van Storm and Thunder op de DVD – die oorspronkelijk overigens als live-uitvoering is gespeeld – is de lichtshow weer wel van de partij. ‘Ja, dat klopt, maar daar werd de lichtshow volgens mij van achteren op de doeken geprojecteerd, en dan kon je het weer wèl filmen. Ze hebben het in ieder geval wel voor elkaar gekregen. Bij gewone live-optredens werkte de lichtshow altijd vanuit de zaal.’ Ton vindt het geluid ‘voor die dagen’ behoorlijk goed. Vanuit de GTB-studio in Den Haag werd een achtsporenrecorder aangevoerd. En ik kan me zomaar voorstelen dat bepaalde partijen later, dus na het optreden, alsnog zijn ingespeeld of ingezongen. Want de muziek loopt vaak wel, maar lang niet overal synchroon met het beeld.’ De goede kijker kan zien dat er voor de DVD zelf ook bij diverse nummers is geknipt en geplakt met beeld en geluid.

Gerard meent dat er nog heel wat van dit soort filmmateriaal te vinden moet zijn. ‘We zijn heel vaak gefilmd, vooral voor de Duitse tv. Ook live, bijvoorbeeld voor Musikladen. Daar moet toch nog wel wat van terug te vinden zijn. Hoewel ik me wel kan voorstellen dat omroepen die Ampex-banden waarop toen werd gefilmd na een paar jaar gewoon weer overspeelden met nieuwe opnamen. Ook in privé-archieven zou best nog wel wat kunnen liggen.’ Zo kan hij zich herinneren dat de vrouw van Rob Gerritsen (van Red Bullet) de band vaak heeft staan filmen tijdens de toernee door Turkije. ‘En later materiaal is er zeker nog, bijvoorbeeld van ons Vredenburg-concert in 1979, dat voor Countdown van Veronica is uitgezonden.’ Gerard hoopt dat intensiever speuren leidt tot meer voer voor DVD’s. ‘Want ik moet zeggen dat ik het live-deel van de DVD toch wel het meest interessant vind om terug te zien. Ook al klinkt het allemaal niet perfect, je voelt daar het best wat wij in die dagen wilden zeggen met onze muziek.’

Tekst en interieurfoto’s: Fred Hermsen