Earth and Fire stond begin jaren zeventig niet alleen bekend om hun hits, maar ook zeker om de hallucinerende lichtshow tijdens hun live-optredens.
Het idee van de lichtshow was bij Hans Ziech en Eric Wenink ontstaan na het bijwonen van een concert van Jefferson Airplane op 15 september 1968 in het Amsterdams Concertgebouw. Zij waren er zeer van onder de indruk en zagen mogelijkheden voor Earth and Fire.
Eric Wenink zegt in de biografie over Earth and Fire: ‘Ik had vrienden die lichtshows verzorgden in clubs. Freek Hofsteenge en Henri Flaton. In de Amsterdamse club Fantasio had ik ze aan het werk gezien, en dat deed me wel wat. Ze werkten met lichtorgels. Letterlijk toetsenborden waarmee je bepaalde lampen aan en uit kon zetten. Toen de jongens van Earth and Fire aangaven dat ze naast een zangeres nog meer wilden om zich te onderscheiden, suggereerde ik: combineer je muziek dan met een lichtshow.’ Het contact was snel gelegd. ‘Freek woonde vlak bij mij op het Noordeinde in Den Haag.’ Zo experimenteerde de groep al een tiental keer met een lichtshow voordat ze in het voorprogramma van de Golden Earring terechtkwam.
De interesse van het tweetal lichtmannen verzandde echter snel. Hans Ziech en Chris Koerts legden contact met een andere lichtshow die de fakkel kon overnemen, die van Martin Smit. Zijn Ellen Space Lightshow kreeg een belangrijke rol. Na twee jaar zou die worden omgedoopt in de Earth and Fire Lightshow, Martin Smit kwam in dienst van de band, en nam per optreden een of meer assistenten mee. In het begin Kees Kamman, later Ger Nieland, uiteindelijk Frits Blomsma.
![]() | ![]() |
Op een stellage midden in de zaal toverden de lichtmannen met chemicaliën en glasplaatjes, waartussen inktvloeistof door verhitting van de lampen ging ‘bubbelen’. De mannen werkten met zes projectoren. Tot ver in de zaal vermengde de geur van fosfor en zwavel zich met die van bier, tabak en marihuana.
De tekening op de binnenhoes van ‘Song of the Marching Children’ werd dankbaar benut als inspiratiebron. Delen van die afbeelding werden levensgroot geprojecteerd op het toneel. En als de band de remmen losgooide, dan stonden de lichtmensen met hun handen voor de projectoren in de lichtstraal te wapperen, op het ritme van de muziek.
De in 2004 uitgekomen dvd Greatest Hits geeft een bescheiden indruk van de impact van de show. De single Storm and Thunder wordt gespeeld in de projectie van de binnenhoes (hoewel de afbeelding voor de gelegenheid van achteren werd geprojecteerd op een laken omdat anders de bandleden niet goed op de film gezet konden worden).
![]() | ![]() |
![]() | ![]() |
Muziek Express schreef in april 1971: ‘Er is altijd grote belangstelling voor de lichtshow die Earth and Fire bij ieder opteden met zich meevoert. De mensen die tijdens optredens druk doende zijn met het toveren van flitsende ballen, strepen en kleurrijke in elkaar overvloeiende figuren zijn geheel opgenomen in de Earth and Fire clan. Zij wonen praktisch alle repetities bij om hun lichtshow goed te kunnen verweven met de muziek, iets waar veel groepen die incidenteel gebruik maken van een lichtshow niet aan toe komen.’
Invalkracht van de lichtshow was Kees Bommeljé. Ongeveer veertig keer reisde hij met de band mee in 1971 en 1972. Hij bevestigde dat de crew van de lichtshow inderdaad gewoon met de band meedraaide: ‘Toen ik er als invalkracht bij kwam, werd ik gelijk opgenomen in de familie. We werkten met een combinatie van vloeistofprojecties, spots en dia’s, aangestuurd vanaf een stelling in de zaal, waarop de Aldis-projectoren stonden. Mijn vuurdoop was in de Doelen in Rotterdam, op 3 december 1971.’ Het was een van de optredens in het voorprogramma van Black Sabbath. De dag erna speelde de band in het Amsterdamse Concertgebouw. Iets meer dan drie jaar nadat Hans daar Jefferson Airplane had zien optreden, stond hij er zelf te spelen. Met een eigen lichtshow.
Gaandeweg zou de lichtshow worden aangevuld met volgspots tot het helemaal over was en de band helemaal overging op spots en volgspots.
Wie naar de theatershows uit de productie Invitation to the sound of Jerney Kaagman and Earth & Fire van Marieke Eelman en haar band is geweest, heeft met eigen ogen kunnen zien hoe spectaculair de lichtshow van Earth and Fire destijds moet zijn geweest. De show van deze theaterproductie was volledig geïnspireerd op de Earth and Fire Lichtshow van Martin en zijn companen.
Deze special werd o.a. samengesteld met informatie uit de Biografie over Earth and Fire.
Lichtkunst als soundtrack van de undergroundscene
In het Londense uitgaansleven van de late jaren zestig speelde de UFO Club een centrale rol in de opkomst van de psychedelische underground. Deze legendarische club vormde het toneel voor experimentele muziek, visuele kunst en een nieuwe manier van beleven. Groepen als Soft Machine en Pink Floyd vonden er hun thuisbasis, en hun visuele identiteit.
Een van de meest iconische lichtshows uit die periode kwam van lichtkunstenaar Mark Boyle, die zijn hallucinerende projecties presenteerde tijdens optredens van Soft Machine. Met vloeistofdia’s, kleurenexplosies en bewegende beelden bracht hij de muziek letterlijk tot leven. Zijn werk was geen achtergronddecor, maar een integraal onderdeel van de performance.
Bij Pink Floyd was het Mike Leonard die verantwoordelijk was voor de visuele magie. Ook hij experimenteerde met vloeistofprojecties en zelfgebouwde lichtinstallaties, waarmee hij de dromerige en buitenaardse sfeer van de band visueel wist te vangen.
De shows van beide bands waren audiovisuele totaalervaringen avant la lettre, voorlopers van wat later multimedia-performances zouden worden genoemd.
Zin in meer achtergrondverhalen? Ga naar In Focus.






Ik kan me dit nog heel goed herinneren.